Landelijk Contact Gemeentelijk Welzijnsbeleid

Inschrijven voor:
Nieuwsbrief

E-mail: *

:

  • nieuwsbrief algemeen
  • nieuwsbrief noord
  • nieuwsbrief oost
  • nieuwsbrief west
  • nieuwsbrief zuid

BURGEMEESTERLIJK

Burgemeesters zijn over het algemeen fatsoenlijke en degelijke mensen. De meeste zijn wel een beetje saai. Natuurlijk zijn er ook burgemeesters die niet deugen, maar dat zijn er niet meer dan enkele per jaar van de ruim vierhonderd die we nog hebben.

Mijn column gaat deze keer over kleurrijke burgemeesters die we in dit land gehad hebben en over burgemeesters die grote moeite hadden om met kleurrijke raadsleden om te gaan. Ik heb zes korte anekdotes uitgekozen, waarvan ik vermoed dat de meeste bij u niet of nauwelijks bekend zijn.

Nummer 1:
Burgemeester Van der Loeff van Ooststellingwerf, een liberaal. Hij was in 1889 burgemeester toen de socialist Ferdinand Domela Nieuwenhuis (Tweede Kamerlid van 1888–891 voor het Friese district Schoterland) weer een keer kwam spreken tijdens een veenstaking in Appelscha. Van der Loeff had een heimelijke sympathie voor Domela, want liberalen waren in die tijd nogal progressief, maar hij moest in opdracht van de Commissaris des Konings in Friesland, Baron van Harinxma thoe Slooten, een verslag maken van de rede van Domela. Waarom? Wel, Domela was de hoofdredacteur van het linkse blad “Recht voor Allen” dat in 1886 een artikel bevatte van een anonieme schrijver die had gesteld dat Koning Willem III alleen om zijn vogeltjes gaf, maar niets van zijn baantje maakte. De officier van Justitie wilde de schrijver van dit artikel voor majesteitsschennis vervolgen. Domela weigerde de naam van de schrijver te noemen en nam alle verantwoordelijkheid op zich. Hij werd tot een jaar cel veroordeeld. De Commissaris wilde nagaan of Domela in Appelscha weer majesteitsschennis zou plegen. De burgemeester gaf de hoofdmeester van de lagere school in Oosterwolde opdracht om deze rede letterlijk op te schrijven. Domela sprak langzaam en helder, zodat de schoolmeester in eigen steno het verhaal compleet weergaf.  Deze rede is de enige rede van Domela die volledig bewaard is gebleven en Willem III werd niet beledigd. De burgemeester was opgelucht. 

Nummer 2:
Burgemeester Zimmerman van Rotterdam. Toen in november 1918 de 1e Wereldoorlog afliep en Duitsland de grote verliezer werd, ontstond er in Duitsland en andere landen een revolutionaire situatie die zich ook leek voor te doen in Nederland. Met name in Rotterdam werd het rumoerig onder de arbeiders. Burgemeester Zimmerman nam op 9 november 1918 contact op met de leiders van de SDAP en het NVV om de doorbraak van het socialisme in de havenstad in goede banen te leiden. Vanwege de houding van de burgemeester voelde socialistenleider Troelstra zich aangemoedigd om in een grote bijeenkomst vlakbij het stadhuis de revolutie aan te kondigen en dat te herhalen in de Tweede Kamer op 11 november (de dag van de wapenstilstand). Maar Troelstra had zich in de revolutionaire situatie vergist. Nota bene een groot deel van de SDAP en het NVV steunde hem niet. Zimmerman werd achteraf door het kabinet niet veel  kwalijk genomen. Sterker nog: begin jaren twintig mocht hij zijn burgemeestersambt nota bene combineren met dat van Volkenbondscommissaris voor Wenen.

Nummer 3:
Weer een Rotterdamse burgemeester en wel Wytema die burgemeester Zimmermann in 1923 opvolgde. Na de 1e Wereldoorlog met een opkomende welvaart in de eerste helft van de jaren twintig, sloeg het vrolijk anarchisme toe in de vorm van de Rapalje–partij (een soort voorloper van Provo). In Amsterdam werd de ongeletterde zwerver–alcoholist “Hadjememaar” met twee zetels in de raad gekozen. Zijn twee belangrijke punten waren: gratis vissen in het Vondelpark en twee gratis borrels per dag van gemeentewege. Hij heeft nooit zijn plaats ingenomen. Anders lag het in Rotterdam. De formele en steile burgemeester Wytema kreeg te maken met de Rapaljaan Leen Coremans, die heel de periode raadslid bleef. Wytema kon absoluut geen greep op de geestige Coremans krijgen. Zijn verkiezingsleus was: “Kies Coremans voor brood met arebeien!”. Twee andere actiepunten van hem waren een zesdaagse i.p.v. een zevendaagse werkweek voor trekhonden en de vervanging van de helm en de sabel van de politie door een wandelstok en een strooien hoed.

Nummer 4:
De burgemeester van Benthuizen in Zuid-Holland. Het boterde al lange tijd niet tussen de burgemeester en gemeentesecretaris van deze kleine gemeente. We spreken over 1972. Het begon met irritaties,pesterijen, schelden en later nog een handgemeen: aan de jas trekken, zelfs een vuistslag. Het hield maar niet op. De spanning was te snijden. Eerlijkheidshalve moet gezegd worden dat de burgemeester het vaakst treiterde. Op een gegeven dag komt de secretaris de kamer van de burgemeester binnen, trekt een pistool uit zijn binnenzak, richt die op de burgemeester en schreeuwt:: “als je nou niet direct opdondert, schiet ik je dood!”. Nooit zijn zo snel twee overheidsdienaren geschorst en ontslagen.

Nummer 5:
Weer een burgemeester van Ooststellingwerf, nu burgemeester Van Douwen. We spreken over 1937. In de raad zit een lid van de CPN, Jan Herder, Friessprekende boer uit Oosterwolde. De burgemeester en ook de raad hadden best moeite met een CPN- er in hun midden. Maar daar tegenover stond dat Herder een fatsoenlijke, eerlijke en zachtaardige man was, die nota bene ook nog een gelovige hervormde was. Hij was niet alleen raadslid, hij was gestegen tot lid van het dagelijks bestuur van de CPN, belast met de propaganda onder de boeren in Nederland. In 1937 was hij zelfs Nederlands afgevaardigde naar het congres van de Komintern, de Communistische Internationale in het Kremlin in Moskou. Hij zou daar ook spreken, maar het duurde erg lang voordat hij aan de beurt was. Op een gegeven moment -het was 20 graden onder nul– zei hij tegen zijn kameraden dat hij ging schaatsen. En dat deed hij ook: met zijn Friese doorlopers zwierde hij over de Moskwa. Eindelijk mocht hij spreken. Iedereen sprak in zijn eigen taal. Jan Herder stond voor de keus: Nederlands of Fries. Hij zei: ik spreek maar Fries, want Nederlands verstaan ze daar toch niet! 

In de oorlog dook hij onder en werd verraden. Hij heeft het erg zwaar gehad in verscheidene concentratiekampen. Hij was lichamelijk verzwakt , maar nog sterk van geest. Na de oorlog wilde hij samenwerken met christenen, zoals dat in het verzet in de oorlog gebeurde. CPN-voorzitter Paul de Groot wilde dat absoluut niet en heeft Jan Herder telkens op zijn ziel getrapt. Het kwam zelfs tot een handgemeen met De Groot. Herder was zo boos dat hij als enige communist ooit De Groot op zijn bek heeft geslagen. Goed gedaan, Jan!

Tenslotte nummer 6:
Vanaf 1831 ging het ambt van burgemeester van de gemeente Oost–, West- en Middelbeers van vader op zoon. Jan Smulders was burgemeester vanaf 1927. Vanwege verzet tegen de Duitsers werd hij in 1944 opgepakt en is in verschillende concentratiekampen terecht gekomen. In een dodenmars naar het kamp Dachau is hij twee dagen voor de bevrijding na uitputting door de Duitsers doodgeschoten. Zijn vrouw Truus Smulders bleef met vier kinderen achter en had een klein pensioen waarmee ze het gezin niet kon onderhouden. Ze heeft toen na de bevrijding besloten om te gaan solliciteren naar het burgemeestersambt in De Beerzen. Zij wilde dit doen ter nagedachtenis van haar man en wilde zijn werk voortzetten. De Commissaris van de Koningin wilde haar niet voordragen, maar minister Beel van Binnenlandse Zaken en ook Koningin Wilhelmina wilden haar graag benoemen. Toen ze haar eerste werkdag had, zei ze: "leg mijn jas maar op het kadaster", want ze kende het begrip kadaster niet. Ze werd de eerste vrouwelijke burgemeester van Nederland en was dat van 1946-1966.

Ze maakte in de barre en karige tijd vlak na de oorlog een mededelingenblad voor de inwoners waarin ze vertelde waar zij hout, glas, zeep en rattengif konden krijgen. Ze deed een beroep op haar inwoners om een stuk spek of ham af te staan aan gezinnen met veel werkende mannen en jongens, die vanwege zware arbeid dat vlees hard nodig hebben. Ze fietste het hele dorp rond voor het vinden van huishoudelijke hulp voor een weduwnaar. En bij gezinnen waar sprake was van een ongeregelde boel bracht ze de kinderen op tijd naar bed en stopte ze lekker in (een goede tip voor onze burgemeester).

Truus Smulders, de eerste vrouwelijke burgemeester in ons land, wellicht de kleurrijkste burgemeester die we ooit gehad hebben. In ieder geval een burgemeesterlijke vrouw!

Ik heb gezegd.  

Hans van Borselen
Ambassadeur LCGW