LETLAND: KLEIN LAND MET DE GROOTSTE ECONOMISCHE CRISIS IN DE EU
Hoe de economische crisis doorwerkt in een Lets plattelandsdorp
Sinds 1995 heeft de gemeente Ooststellingwerf een relatie met de Letse gemeente Ergli (3500 inwoners) in Letland. Tot 2003 was er een projectsamenwerking tussen beide gemeenten (financiering publieke voorzieningen en uitwisselingen van deskundigen). Daarna tot op heden is er een officieel vriendschapsverdrag dat periodiek uitwisselingen van kleine groepen inhoudt (overheid en deskundigen uit het maatschappelijk middenveld). Deze relatie wordt door beide partijen en derden als bevredigend en succesvol beschouwd.
Als toenmalig ambtelijk initiatiefnemer van deze samenwerking kom ik elke paar jaar in Ergli. Gezien het feit dat Letland de laatste twee jaar zich in een enorme economische crisis bevindt (de grootste in de EU) vind ik het belangrijk om te weten hoe deze heftige crisis doorwerkt in het dagelijks leven van een plattelandsdorp als Ergli. Immers, als we wat weten over de moeilijke situatie in Letland is dat sporadisch en globaal: het dagelijkse leven in dat land komt niet aan bod. Midden oktober 2010 heb ik met diverse personen uit deze gemeenschap gesproken over hoe het dagelijks leven er nu zo ongeveer uitziet.
Tot 2008 ging het in de paar jaar daaraan voorafgaand goed met Letland, zoals in de meeste landen in de EU. Deze economische groei werd plots versterkt door een hausse aan hypotheekopnames, zowel bij particulieren, bedrijven als bij overheden. Men meende dat Letland veel meer aan kon en geloofde in ongebreidelde groei. Door de snelle depressie in de EU bleek die groei van Letland een grote zeepbel te zijn. Binnen een jaar daalde het Bruto Nationaal Product van deze Baltische staat met 20% (ter vergelijking: in Nederland met 3%). Enkele hypotheekbanken in Letland vielen om en de staat moest die overnemen om erger te voorkomen, maar mede daardoor kwam de staat zelf in grote financiële problemen.
De centrum-rechtse regering heeft vanaf 2009 gelijk en hard ingegrepen. Tot 2011 en wellicht nog enkele jaren langer wordt het staatsbudget met 20% ingekrompen. Dat geldt ook voor de gemeenten. De onderwijskrachten (die in Letland tot de best betaalde beroepsgroepen behoren) moeten zelfs 40% inleveren. Deze harde maatregelen zijn voor een belangrijk deel ingegeven door het IMF dat harde voorwaarden stelt aan de sanering van de overheidsfinanciën. Hoe vangt de gemeente Ergli deze korting op? Ten eerste door een inkrimping van 20% van het ambtenarenbestand. Minder mensen moeten gewoon hetzelfde werk doen: dus iedereen tandje hoger. Vervolgens door meer regionale samenwerking. Bovendien heeft de gemeente in de afgelopen tien jaar een goed management gevoerd, waardoor kostenbesparend is gewerkt en de gemeente een flinke reserve heeft opgebouwd die onder andere wordt gebruikt om deze financiële aderlating op te vangen. Ergli heeft buitendien het voordeel gehad dat o.a. met steun van Ooststellingwerf al vanaf einde jaren negentig een aantal basisvoorzieningen is gerealiseerd en dat men zich nadien met grote energie en succesvol heeft gestort op het binnenhalen van miljoenen uit EU- fondsen voor diverse grote projecten (met name scholen, riolering en wegen). Hierdoor was het noodzakelijke pakket aan overheidsvoorzieningen eerder en omvangrijker verwezenlijkt dan in vele andere gemeenten in Letland. Dit jaar heeft men opnieuw EU-geld binnengehaald en de verplichte gemeentelijke co-financiering heeft men uit de overgebleven reserves betaald. Zodoende konden weer nieuwe arbeidskrachten worden aangesteld, zij het dat het aanstellen van een projectmanager te duur is, dat doet de burgemeester van Ergli dan maar. Elk nadeel heeft zijn voordeel: er is geen inflatie, maar deflatie en de kosten van bouwwerken zijn minder door de lagere tarieven van bouwondernemingen vanwege de heftige concurrentie.
De werkloosheid in Ergli ligt nu op 14% en is de afgelopen twee jaar verdubbeld. De gemeente heeft besloten om de uitkeringen voor sociale bijstand te handhaven. Wie werkloos wordt moet zich bij de gemeente registeren, anders krijgt men geen uitkering. Men krijgt gedurende negen maanden een werkloosheidsuitkering. In die periode wordt er een aanbod gedaan voor scholing. Na die zes maanden -als men nog geen werk heeft- krijgt men een lagere uitkering op bijstandsniveau Die uitkering bedraagt maximaal 170 Lat, terwijl het modale inkomen van een Let op 250 Lat ligt. Een Lat is anderhalve euro. Deze uitkering bevat een basisbedrag plus aanvullende bedragen voor huisvesting, verwarming en gezondheidszorg. Het bedrag van 170 Lat is tevens het sociale minimum. Iedere langdurige werkloze (behalve gehandicapten) moet na die negen maanden dan aan de slag in de publieke sector (straten vegen, parken opruimen, snoeien in bossen, etc.). De motivatie daarvoor blijkt gering, omdat deze uitkering dezelfde omvang heeft als de bijstandsuitkering. Als men na die zes maanden nog geen werk heeft, stopt de uitkering geheel. Dat vindt de burgemeester niet erg. Hij stelt vrij hard dat werklozen 15 maanden de tijd hebben gehad om zich om te scholen en een baan te vinden. Zo niet, jammer, maar hun eigen schuld. De uitkeringen worden door de gemeente en het rijk voor elk 50% betaald. Door de sterk gegroeide werkloosheid is het uitgavenbudget bijna 3x zo hoog als het beschikbare budget en dat tekort wordt door de gemeente voor een deel bijgepast. Buiten deze uitgaven zorgt de gemeente ervoor dat schoolkinderen eten op school krijgen en dat er een paar keer per week soep voor de minima wordt uitgedeeld. Daarnaast is er voor de lagere inkomens twee keer per maand een uitdeling van voedselpakketten. Een goed gevuld pakket (vergelijkbaar met het pakket dat de Voedselbank in Ooststellingwerf uitdeelt) van een grote particuliere instelling uit Riga en een veel kleiner en eenzijdig pakket van de Europese Commissie, dat alleen uit melk en havermout bestaat. Aanvullende maatregelen voor de minima zijn dan nog kleding uit een deelgemeente in Hamburg, waarmee Ergli een vriendschapsband heeft en tweedehands kleding en meubilair van de beter gesitueerden. Vanuit deze laatste categorie is er een groep mensen die gratis reparaties verricht aan huishoudelijke apparaten. Alle bovengenoemde extra steun is met name ook bedoeld voor mensen die na negen plus zes maanden geen uitkering meer hebben. Er is in Ergli geen vorm van schuldhulpverlening. Er is in veel gezinnen flink wat armoede. Dat levert binnen de gezinnen stress op: alcoholmisbruik, stelen en kinder- en vrouwenmishandeling, Vroeger had de gemeente daarvoor een psycholoog in dienst, maar die functie is geschrapt. Men hoopt via een nieuw EU-project indirect daarvoor nieuw geld te krijgen.
De bezuinigingen treffen ook de lagere en middelbare school. Daar zijn veel leerkrachten ontslagen, niet alleen vanwege de bezuinigingen van 20%, maar ook doordat het leerlingen aantal flink aan het dalen is door minder geboorten en ook door vertrek van veel gezinnen naar de grote steden, in verband met de betere werkgelegenheidssituatie aldaar. Merkwaardig is dat weer vanwege de EU- financiering nieuw meubilair is aangeschaft alsmede elektronische schoolborden. Maar dan die 40% salariskorting van leerkrachten. Die is heel fors, maar wordt er bij gezegd, de groei van de inkomens in deze beroepsgroep in de paar jaar voor de crisis was enorm, wel meer dan 20% en dat moet je wel tegen elkaar afzetten.
Er zijn ook merkwaardige gevolgen van deze crisis. Een gerenommeerde instelling in Ergli voor jongeren met gedragsproblemen loopt langzamerhand leeg, omdat de gemeenten de kosten voor plaatsing in deze instelling niet meer vergoeden. Zij betalen liever de goedkopere opvang in pleeggezinnen, terwijl veel van deze gezinnen geen of onvoldoende kwaliteit daarvoor in huis blijken te hebben. De beroepskrachten van deze organisatie willen graag een werkbezoek aan Friesland en Ooststellingwerf brengen om te bezien hoe hier de opvang binnen en buiten instellingen verloopt.
Een tweede voorbeeld is dat steeds meer ouderen en/of hun familie geen geld meer hebben voor het verblijf in het verzorgingstehuis. Maar het ex-ziekenhuis, nu polikliniek, heeft wel een aantal bedden over voor een opvang voor bepaalde tijd en daar is nog wel geld voor.
Hoe gaat nu de gemiddelde bevolking van Ergli met deze forse bezuiniging om? Wel, een voor de hand liggend rijtje: goedkopere auto, geen vakanties, veel tweedehands spullen, niet buiten de deur eten en de oude nutstuin herinrichten. En maar wachten tot het ooit beter wordt, veel mensen geloven daarin. Hoewel er binnen de lagere economische klasse veel gemord wordt, zijn er geen openlijke protesten. Enerzijds omdat een groeiend deel van de bevolking nu inziet dat de explosie-welvaart van weleer te gek was en dat men daarvoor nu moet boeten en anderzijds dat deze voormalige Sovjetstaat niet bekend is met het verschijnsel van onafhankelijke vakbonden en massaprotesten.
Concluderend mag gesteld worden dat door een vroeg opgesteld progressief beleid gesteund door derden (waaronder de gemeente Ooststellingwerf en vooral de EU) de gemeente Ergli in betere tijden een fors voorzieningenpakket heeft opgesteld, ondersteund door een degelijke financiële huishouding. Hierdoor was de uitgangspositie voor het opvangen van forse bezuinigingen relatief gunstig. Daarnaast heeft men in deze Letse gemeente een breed en pragmatisch steunpakket opgesteld voor minvermogenden om de bezuinigingspijn te verlichten. Pijnlijk blijft een en ander natuurlijk wel voor de onderkant van de samenleving in Ergli.
Opnieuw is gebleken dat de gemeente Ergli en enkele instellingen aldaar behoefte hebben om regelmatig deskundig advies in te winnen van de gemeenschap in onze gemeente. Het huidige vriendschapsverdrag tussen beide gemeenten, ondertekend in 2003, biedt daarvoor voldoende mogelijkheden.
Hans van Borselen
Voormalig sectordirecteur gemeente Ooststellingwerf / Ambassadeur LCGW
Oktober 2010












