De magere balans van het vorige kabinet
Op zich had de PvdA gelijk toen ze begin dit jaar met het kabinet brak in verband met de afspraak inzake het maximum van vier jaar veel vechten en een beetje opbouwen in Afghanistan. De houding van de PvdA heeft er toe geleid dat zij een beetje opkrabbelde in de verkiezingsuitslag. Maar daar was een prijs aan verbonden. De PvdA was in eerste instantie geneigd om een CDA-voorstel te steunen om na het vertrek van de Nederlandse soldaten een groep politie-instructeurs te sturen, maar heeft daar om onduidelijke redenen uiteindelijk van afgezien. De sfeer tussen beide partijen was mede daardoor geheel verpest en dat zou een samenwerking in een nieuw kabinet vrijwel onmogelijk maken. Door de zwakke rol van Cohen in de verkiezingscampagne kwam de PvdA net een zetel tekort voor de leidersrol in de formatie van het nieuwe kabinet.
De positieve herinnering aan het vorige kabinet zal vooral de directe en sterke aanpak van de financiële crisis zijn. Maar wat heeft het kabinet in de afgelopen drie jaar verder bereikt? Wel, niet bijster veel. Ik noem een aantal minpunten. Het uit de hand lopen van de kosten van AWBZ, idem van de kinderopvang en gastouderopvang. Het explosief groeien van uitgaven van de Wajong-regeling voor jonge gehandicapten. Het vergeleken met het buitenland achterlopen van het milieubeleid. De zeer matige kwaliteit van het beroepsonderwijs. De veel te hoge topsalarissen in sectoren als zorg, onderwijs en volkshuisvesting. De moeizame voortgang van de zogenaamde prachtwijken en de haperende integratie van immigranten. En dan ook nog de enorme bureaucratie en overhead van de koninkrijkjes van politiekorpsen.
Evaluatie van een vorig kabinet is iets dat zelden publiekelijk ter hand word genomen. Als je het huidig regeerakkoord beziet, dan lijkt het of deze nieuwe ploeg veel van de bovengenoemde minpunten zal aanpakken. Het is echter een groot vraagteken of dit minderheidskabinet om formele en procedurele redenen zijn ambities kan waarmaken. Maar er valt ook het nodige aan te merken op de nieuwe bewindslieden. Een rampenprofessor (Rosenthal) op buitenlandse zaken, een altijd ruziezoekende Hillen op defensie, een zwaar overschatte Opstelten op veiligheid en justitie, terwijl die man vrijwel heel zijn hele leven alleen maar burgemeester is geweest (Cohen maar tien jaar). Ook dan nog Leers, die binnen een week al twee keer in de kamer zat te draaien. En tenslotte Knapen die de uitgeverij PCM failliet heeft laten gaan, maar als miljonair daar het pand verlaten heeft. Kortom: het wordt nog wat!
Hans van Borselen, publicist












