Van tobdorp naar topdorp
Het platteland vergrijst en loopt leeg in Europa en ook in Nederland. Zeker in kleinere dorpen van circa 500 inwoners gaat de basisschool dicht en is er als het even kan nog een dorpshuis(je). Heel lang is er in Nederland alleen aandacht geweest voor de problemen van de oude wijken in de grote steden, vooral die in de Randstad. Mede door het landbouwbeleid, het regionaal en plattelandsbeleid van de Europese Unie heeft ook Nederland het platteland (her)ontdekt.
Maar het nieuwe plattelandsbeleid is niet alleen een kwestie van subsidies van verschillende overheden (van gemeente tot Europa). De nieuwe ideeën, kracht en zelfwerkzaamheid van de dorpen zijn onmisbaar voor het herstel en versterken van met name kleinere dorpen. Dorpen moeten niet (meer) tobben, maar proberen een “topdorp“ te worden, de naam die de vorige minister Verburg heeft bedacht.
Het Netwerk Platteland is er al een aantal jaren en bestaat uit vertegenwoordigers van dorpen, gemeenten, provincies, ministeries, plattelands- en landbouworganisaties en overige organisaties in het maatschappelijk middenveld. Ondergetekende is als ambassadeur van het Landelijk Contact Gemeentelijk Welzijnsbeleid (LCGW) deelnemer aan dit netwerk. Dit netwerk heeft tot doel elkaar over ontwikkelingen te informeren, van elkaar te leren en met elkaar samen te werken.
Op 8 december 2010 was het netwerk te gast in het dorpje Zijldijk in Noordoost-Groningen (gemeente Loppersum) met 350 inwoners. Dit dorp is een van de drie topdorpen die door het netwerk actief gevolgd wordt. Het is een hecht sociaal dorp. Er zijn weinig gemeenschapsvoorzieningen. De basisschool is al een tijd dicht -er is nog wel een klein privéschooltje-, er ontbreekt een sportveld en al heel lang is er geen openbaar vervoer meer. Wel is er een behoorlijk groot dorpshuis dat veel functies heeft en sinds een half jaar is een voormalig kerkje omgezet in een werkplaats voor jongeren met een verstandelijke beperking of een psychiatrisch verleden.
Een aantal jaren geleden heeft de vereniging voor Dorpsbelang besloten om deze niet al te florissante situatie niet zomaar door te laten sudderen. Men heeft uitvoerig in het dorp geïnventariseerd wat de problemen en wensen van de inwoners zijn en welke prioriteiten zij zien. Als eerste kwam naar voren dat men een grotere vergistinginstallatie bij het dorp wil opzetten, waardoor de bewoners via een eigen coöperatie goedkoper energie kunnen verkrijgen. De voorbereidingsplannen zijn al gevorderd, maar het zal nog wel enkele jaren duren voor een en ander los gaat.
Een tweede project is om te bezien of men een eenvoudig en niet zo duur alternatief kan bedenken voor een busdienst die lang geleden teloor is gegaan. Allerlei ideetjes komen langs, maar men ontdekte dat men nog niet precies weet welke vervoersbehoeften van wie er zijn en of men dat alleen op dorpsniveau moet oplossen of samen met andere dorpen in de nabijheid. Opmerkelijk is dat jongeren in de voornoemde plaats met een eigen auto wel willen gaan taxiën voor ouderen en gehandicapten. Maar het nieuwe initiatief in het voormalige kerkje wordt nog niet door alle inwoners als waardevol en nuttig voor de dorpssamenleving gezien. Dat heeft zijn tijd dus nodig. Het blijkt duidelijk dat het dorpshuis een zeer centrale rol in het dorpsleven heeft. Vrijwel iedereen komt er geregeld langs voor vele en gevarieerde activiteiten.
Het bijzondere van Zijldijk is dat er een hechte sociale structuur is en dat men er gezamenlijk alle problemen en oplossingen met elkaar doorneemt, en wel op een creatieve en coöperatieve manier, in het besef dat je voor elke oplossing nooit 100% aanhang zal krijgen. Niet tobben dus, maar gezamenlijk de top bereiken is het parool van dit kleine dorp.
Hans van Borselen
Ambassadeur LCGW












